Op vingers tellen

BLOG

In mijn praktijk krijg ik vaak dezelfde soort vragen. In deze blogs wil ik hier een antwoord op geven, waarbij het van belang is om goed te beseffen dat het om het algemene beeld gaat en dat het voor uw kind net iets anders kan liggen. Wilt u meer weten of maakt u zich zorgen, neem dan even contact op.

Op vingers tellen

 

Als een kind net begint met rekenen is het heel normaal dat het kind zijn vingers gebruikt om te tellen. Goed kunnen tellen is immers een voorwaarde om goed te leren rekenen, en vingers heb je altijd bij je. In de midden- en bovenbouw zouden kinderen hun vingers niet meer nodig moeten hebben. Toch zie je nog regelmatig kinderen hun vingers gebruiken. En als ze hun vingers niet mogen gebruiken, gebruiken ze iets anders dat voorhanden is: tegeltjes achter de wasbak, plafondplaten, kinderen in de klas, enz,

 

Onzeker

Kinderen tellen omdat ze niet zeker zijn van het antwoord. Het is veiliger voor ze om de som uit te tellen, beginnend bij het hoogste getal, dan om het antwoord uit het hoofd te geven. Ze vinden het niet fijn fouten te maken, en dan maken ze de sommen maar liever wat langzamer en goed, dan snel en fout. Op zich een logische redenatie.

De meeste leerlingen stoppen vanzelf met het op de vingers tellen als het automatiseren goed verloopt. Dit betekent dat een kind de sommen zo vaak heeft geoefend dat het antwoord 'als vanzelf' uit het geheugen wordt opgehaald. Maar niet bij iedereen gaat dat even snel en sommigen leren het nooit.

 

Verbieden

Er zijn leerkrachten die het op de vingers tellen verbieden als de kinderen in groep 4 of hoger zitten, omdat ze willen stimuleren dat het kind de sommen uit het hoofd maakt. Dit betekent echter, dat je een kind dat de sommen nog niet heeft geautomatiseerd, de mogelijkheid ontneemt om sommen foutloos te maken. Het kind zal stiekem tellen of het geeft 'zomaar' een antwoord, dat ook nog eens vaak fout zal zijn. Het leert zo niet welk antwoord bij welke som hoort en de gewenste automatisering zal juist trager verlopen. Het kind zal gaan geloven dat 'het te dom is om te leren rekenen'.

 

Veel en kort oefenen

Uiteindelijk zullen de meeste kinderen vanzelf stoppen met het tellen op hun vingers, omdat het een omslachtige en trage methode is. Immers, een som als 46 + 38 is al tellend niet meer te doen. Als de kinderen de rijgmethode krijgen aangeleerd, hoeven ze alleen maar kleine stukjes te tellen. De rijgmethode werkt zo: als we 46 + 38 willen uitrekenen, doen we eerst de tientallen van het tweede getal bij het eerste getal, dat wordt 46 + 30 = 76. Daarna de eenheden er nog bij. In dit geval gaan we over het tiental, dus splitsen we het tweede getal, zodat we van het eerste getal een rond getal kunnen maken: 76 + 4 (=80) + 4 = 84. De kinderen hoeven dan maar een klein stukje te tellen.

Door de kleine sommen (tot 20) vaak en kort te oefenen, lukt het de meeste kinderen om deze uit het hoofd te leren. Dan durven ze ook te gaan rekenen, zonder te tellen.

 

Dyscalculie

Bij sommige kinderen komt de automatisering ondanks veel oefenen nauwelijks op gang en lukt het ook niet om te onthouden hoe je de som moet oplossen zonder te tellen. In dat geval kan er sprake zijn van een rekenstoornis: dyscalculie. Hiervoor is gespecialiseerde hulp nodig.

 

copyright © 2009-2017 Linda Roozen. All rights reserved.

Leren bij Roozen

St Sebastianusstraat 1

5373 AC Herpen

info@lerenbijroozen.nl

06-12040215

0486-411058

KvK 17269290